38e Toertocht van HMBC Kelberg 2013
Door:” Wie Agterligt”
Datum: 18 mei 2013
Organisatie: Huub en Peggy Rootbeen en Hans en Els Vullings.
Het is alsof de toertochten van HMBC elkaar steeds sneller opvolgen; na een tocht lijkt het een lange tijd tot de volgende tocht, maar elke keer is deze weer eerder daar dan je goed in de gaten hebt. Een week voor de tocht of nog later gaan de ogen pas goed open en breekt het besef door dat er nog van alles gecontroleerd moet worden; “Doe tie ut of doe tie ut nie?” en hoe zal het weer zijn op D-day? De combinatie van “doe tut nie” en neerslag leidt steeds sneller tot een constatering van “Hij doe tut gelukkig nie!” en dan is de auto de enige optie.
Over de vorige tocht schreef “Agterligt” dat de 37e toer voor de vijfde achtereenvolgende keer een droge tocht was – op een spat na natuurlijk – en de kans op een zesde droge tocht in successie leek bij de mindere voorspellingen van onze nationale weergoeroe Piet P. midden in de week gedaald tot nul. Frank en Jacqueline Buijssen en Pieter en Annebert kozen ditmaal voor de auto en waarschijnlijk niet alleen vanwege de regenkansen. Kiezen voor meer comfort is een gerechtvaardigde optie. De werkelijkheid begon ’s morgens onderweg naar de startpost met licht gemiezer en daarna is de waardering voor het weer per uur gestaag gestegen; droog en steeds meer zon. Slotconclusie: Toch de zesde droge tocht in successie!
Op vrijdag voor de toer verzamelde zich op het overdekte terras achter café “Cambrinus” in Horst weer de bekende schare met ditmaal één enkel nieuw gezicht dat even niet helemaal wist waar te kijken, omdat deze jongere man zo strak precies om acht uur aanwezig was en hij nog niet meteen kon aansluiten bij de hem introducerende vrienden; het voelde even als zwemmen in een vreemde vissenkom, maar later is de assimilatie binnen de HMBC-cultuur heel soepel verlopen. Welkom Ger Versteegen en de hem vergezellende Jolanda.
46 personen zouden het weekend – of een deel – gaan meevieren. Enkele vaste gasten waren dit jaar om diverse redenen niet van de partij. De starttijden klonken heel relaxt en een gelijkenis met uiterst vriendelijke kantoortijden was snel gemaakt. Wat te denken van half negen voor de eerste equipe! Echter, de start was vanaf de voet van de Wilhelminatoren in Vaals bij het hoogste punt van Nederland en dat kost vanuit Horst al snel vijf kwartier of nog meer. Een kopje koffie of thee zou dampend klaar staan. Mooi toch! Frappant is dat alle organisatoren van de laatste jaren nog altijd hun best doen om de starttijd van de equipes op de minuut nauwkeurig vast te stellen en dat geen enkele equipe op tijd start. Misschien kan het systeem van de starttijden – waar we ooit minstens een uur over discussieerden c.q. ruzieden – maar beter naar het verleden worden verwezen.
Lichte schrik trilde door equipe 10 toen op de A2 een lichtblauwe metallic Volvo met diagonale balk over de grille uit een lang vervlogen bouwjaar op de vluchtstrook geparkeerd stond. Frank en Jacqueline Buijssen? Kiezen zij een keer voor luxe en dan zal pech je deel zijn, ging het door de voorbijrazende equipe. Later vertelde Frank dat dochterlief om begrijpelijk redenen belde om hen te laten weten dat zij dinsdag na Pinksteren mocht beginnen op haar nieuwe werkplek. Mooi toch! Konden Frank en Jacqueline nog meer relaxt toertochten. Het zou hen een gedeelde 5e plaats opleveren.
Bij binnenkomst in het restaurant naast de toren trof equipe 10 daar overal ijverig studerende groepjes/equipes gebogen over kaarten en hun digitale speeltjes op zoek naar de beste opties voor de eerste en volgende controleposten. Het was er stil en braaf als in een universiteitsbibliotheek!
Equipe 10 startte exact om 10.30 uur en dat was 69 minuten te laat! De eerste controlepost was te vinden aan de L166 tussen Kesternich en Rurberg, op de parkeerplaats bij een kerkhof waar 2322 Russische slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog rusten. (Wikipedia). “Maak hier een foto met je equipe.” Deze opdracht zou op vele (creatieve) manieren kunnen worden uitgelegd, maar de mensen van HMBC weten wat er bedoeld wordt; een foto waaruit blijkt dat je de controlepost werkelijk hebt bezocht; fysiek ter plekke bent geweest. In Schleiden moest de volgende routecontrole te vinden zijn. Een ijverig haar stoepje vegende oma vertelde desgevraagd dat de B265 gevolgd moest worden tot de rotonde, na driekwart er weer vanaf en dan bevindt het strandje met de strandstoelen en het schuilscherm tegen regen en zon zich rechts beneden op de oever van het riviertje de Olof. Om even de benen te kunnen strekken legden de leden van equipe 10 de laatste meters wandelend af en maakten enkele de verbeelding prikkelende strandfoto’s. Naar de bij de opdracht afgebeelde steen met de aanduiding Schleiden is niet meer gezocht. Niet speels gaan doen, want de tijd vloog, zo constateerde de equipe. Snel verder naar Kall waar een Feuerwehrmonument – alweer een kei in de aanduiding en niet de laatste – gevonden zou moeten worden. De eerste inwoner van Kall aan wie door equipe 10 gevraagd werd of hij iets van het afgebeelde monument herkende, antwoordde ontkennend, maar bij de volgende Kaller in dit openlucht Kallcenter had de equipe wel beet. Weer even wandelen en het object voor de grote hal van de brandweer was snel gevonden en de foto zo gemaakt. Verdekt opstellen om de achtervolgende motorequipe met Arno, Cas en Mat niet te zeer wakker te maken werkte niet; zij zwaaiden vrolijk vanuit de verte. Ook de volgende aanduiding was weer keiduidelijk afgebeeld in deze “keientoer van 2013”: “1100 Jahre Mahlberg 893 – 1993.” De bijgeplaatste afbeelding met de situatie van een boom geflankeerd door twee rode zitbanken in een weidse achtergrondsetting die moest worden gevonden was na wat benen strekken en vragen even buiten de bebouwde kom van het muisstille dorpje te vinden. Het ging onder de boom rond de banken bijna op een hangplek lijken toen vier equipes – Wiel Thijssen, John Minten en ACM (Arno, Cas Mat) en 10 – zich daar toevallig verzameld hadden. De oploop loste ook weer snel op en eenieder zocht weer zijn eigen kortste weg naar het schitterend gelegen “Hotel zum Ahrbogen” in Ahrbrück waar de resterende routecontrole-opdrachten met het eindpunt zouden worden overhandigd. Het uitzicht, de zon en de rustig puzzelende en keuvelende HMBC-aanwezigen maakten een ontspannen zit op het hoog gelegen terras mogelijk.
Deze pleisterplaats deed denken aan “Hotel Rittersprung”, de pauzeplaats nabij het drielandenpunt – België, Duitsland en Luxemburg – in Ouren aan de Our tijdens de tocht van 2011, die eindigde in Steckenborn.
Deel 2 bevatte slechts twee controlepunten en het eindpunt. Binnen team 10 werd de verwachting uitgesproken om zes uur wel binnen te kunnen zijn…. Het liep echter heel anders. De teamgeest was optimaal, de samenwerking maximaal en de wil om er het beste van te maken was geworteld in de vorige overwinning. Dit alles kostte tijd, veel tijd en dat begon pas echt even na Ahrbrück, Kesseling en Staffel. “Wanneer wordt het nou echt spannend zoals vorig jaar?”, was nog maar nauwelijks uitgesproken door de navigator van team 10 of hij werd letterlijk op zijn wenken bediend. Na de bebouwde kom van Staffel zou er een leuke winst van zeker 3 km te boeken zijn als een enigszins modderige doorsteek zou kunnen worden genomen. Na ongeveer 400 m rijdend en slippend te hebben geploeterd door té diepe bewaterde sporen met geluiden van harde voorwerpen die de onderzijde van de auto geselden, besloot team 10 om toch maar terug te keren over de getrokken sporen; omkeren was niet mogelijk. Achteruit rijdend bereikte het tweetal toch weer de verharde L85 om de lange versie van de route voort te zetten. Enkele kilometers verder werd na overleg toch besloten nogmaals een onverharde aanwijzing van “Miep” te volgen. Een onverhard weggetje, niet liggend in een beekdal, dat het nodige vertrouwen gaf. Het bleef spannend! Het weggetje bracht het team langs een bosrand, over hoger gelegen akkers en grasland via een zachte grazige weg met schitterende vergezichten over o.a. gele koolzaadvelden en vele kleuren groen. Na nog een bosgebied met als afsluitend toetje een wegversperrende dwarse tak geraakte de equipe tot vlak bij het “Schloss Ahrental”.
De te fotograferen toren viel, verstopt achter zoveel kasteel, weliswaar allesbehalve op, maar zoekend wandelen – met onderweg regelmatig kreten in varianten van “Aaahhh” tot “Ooohh” vanwege de geweldige staat van het slotgeheel – bracht de bewuste toren binnen kiekafstand. Het tweede controlepunt van deel twee werd benaderd via de noordoostvariant om de Laacher See. Het nieuwe punt moest zich bevinden bij de het uitrijden van de bebouwde kom van Nickenich op 7 km van Maria Laach. Een knul van ongeveer twaalf jaar was zo vriendelijk de juiste zijstraat te duiden waar het gedenkteken met twee en een halve afbeelding in reliëf gefotografeerd kon worden. Om vanaf “Schloss Ahrental” in Nickenich bij het kunstwerk in reliëf te geraken kostte de equipe na te zijn ingegaan op een voorstel van “Miep” om een onverharde weg te gebruiken, het nodige geduld en klamme handen. Na een halve kilometer dwarsboomde een bord met een einde weg situatie de mooie perspectieven. Navigator ging op onderzoek uit en constateerde dat er toch een doorgang was, echter wel met drie 350-graden-bochten in een erg krappe uitvoering met gelijktijdig een sterke stijging. In elke haarspeld minstens eenmaal achteruit laten rollen, handrem er goed bij en dan weer verder naar boven. Gelukt! Op naar de volgende veldtocht. Een kilometer verder, nauwelijks het gehucht uit, gaf “Miep” weer een nonchalante tip. Een stevige onverharde weg leidde equipe 10 naar een parkeerplaats van allerhande landbouwmachines en 50 meter verder hield de weg ogenschijnlijk op en ging over in een vloerbedekking met gras en tegelijk was er een forse daling. Wel waren er verse sporen van een personenmobiel die eerder op de dag was gepasseerd. Een SMS van Henk Ummenthun met: ”Enne?” werd beantwoord met: “Alles groen om ons heen!” De navigator trok er weer op uit om wegvallend bereik van de GPS te herstellen en wenkte dat het moest kunnen. Terug naar boven zou waarschijnlijk niet meer mogelijk zijn vanwege de hellingshoek en de kleiige ondergrond. Het werd een onduidelijke route door een donker wordend bosgebied ten zuidwesten van de Laacher See, waar “Miep” op niet erg vertrouwenwekkende wijze als grote roerganger probeerde haar best te doen. Soms hief zij beide armen ten hemel en dan weer nam zij de equipe weer aarzelend bij de hand. Na zeker een half uur dolen en aanwijzingen volgen in het bosgebied, maar ook negeren bij te scherpe bochten of te sterke dalingen waar geen terugkeer mogelijk zou zijn, was er plots weer bewoning en nam “Miep” weer strak de leiding. Oeps, vergeten tijd te nemen om te eten en vooral om te drinken. Op een hoogte, waarschijnlijk de Mohrsberg, in het ruime landelijke veld met ver zicht werd na achten pas gepauzeerd om het gemiste in te halen. Met nog 17 km voor de bumper tot het eindpunt in de buurt van Welschenbach werden de onverharde wegen buiten spel geplaatst en daarmee steeg de afstand met één klik naar 20 km. Slik, slik! Die laatste kilometers smolten als de bekende sneeuw en om 21.20 uur was de tocht volbracht en werd door Hans Vullings 204 km berekend. In bijna 11 uur speurend onderweg zijn! Minder dan 20 km per uur! Gevolg van dit trage toerwerk: de hond in de pot. Eigen schuld, dikke bult, maar een heerlijke tocht met voor elk wat wils!
Els en Peggy – echte moeders – hadden nog enkele porties soep – stevige met veel vlees – en tweemaal een cordon bleu gered en daarmee was equipe 10 tegen tienen helemaal tevreden.
Het onderkomen van de Jugendfreizeitstätte juist buiten Kelberg was ruim; veel slaapplekken in stapelrijen, een bar, een grote keuken met annex een eetzaal, een sanitaire blok en her en der verstopt nog een solitair toilet of douche. Daarnaast was er een grote verharde binnenplaats met stookplek en een kampeerwei. Ditmaal slechts één tent. Een prima onderkomen, dat door de organisatie zonder zoekwerk in vijf minuten was vastgelegd. Heel anders dan voor de tocht van 2012, zo meldde Els van de organisatie.
Twee eminenties: eenmaal in zilver en eenmaal in geel.
Nog voordat de 41-jarige knalgele Laverda van Chrit Kortooms aan de eigenlijke toergedeelte kon beginnen, waren ruiter en paard al stilgevallen op de vluchtstrook langs de A2, zo meldde Chrit met alleen maar pretlichtjes in zijn ogen. De bejaarde Italiaan kreeg niet voldoende van de kostbare koolwaterstoffen uit de tank aangeleverd en daarom moest Chrit enig geduld betonen naar de gele eminentie. Een grijze eminentie met een gele eminentie! Was het een verstopte ader, een dichtgeslibd filter of was de diameter van de leiding naar de carburateur te gering vanwege grootverbruik? Feit is dat Chrit na nog een pauze tijdens het speurgedeelte veilig is aangekomen op de verblijfslocatie in Kelberg en samen met John Alberts als 7e kon worden geplaatst in de rij van deelnemers met 217,5 km. Mooi toch!
Een Testarossa (rode kleppendeksels) bij de laatste routecontrole van de HMBC-toertocht! Jan Gielen had de ruim bemeten kleppendeksels van zijn Moto Guzzi Scura V11 uit 2002 voorzien van een strak passende nieuwe laklaag in de kleur verheven rood metallic, neigend naar bordeauxrood met een wolkje roze, nog mooier dan bij het bekendste type Ferrari met de bloedrode koppen, de Testarossa. Oog voor detail kan Jan niet ontzegd worden.
Jarige Wiel met prinses Adriana.
Wiel en Adriana waren onderweg in opperbeste stemming en bij ontmoetingen met lotgenoten daagde Wiel andere teams uit om weggetjes te nemen die met het blote oog nauwelijks op een kaart te zien waren. Hij sprak over “bruine” weggetjes. Doen of niet doen? “Vandaag toch maar niet, want er is de laatste tijd veel regen gevallen.” Op het eindpunt, of al eerder, bleek dat de teller van zijn ruim 25 jaar oude 6-cilinder Diesel het allemaal niet meer bij kon houden; het tellen van de kilometers in elk geval niet. Jammer voor hen! Om de bittere pil van de niet gekwalificeerde plaats een beetje te balsemen werd er door de organisatie uitgebreid aandacht besteed aan de verjaardag van Wiel; hij kreeg een soort maliënkolder omgehangen met een bijpassende kroon op zijn grijzende krullen, terwijl Adriana een kroontje van lentebloemen op haar hoofd kreeg geplaatst. Proficiat!
Na de tocht van 2012 waren de tellers van de equipe Jan en Jan het volledig eens met elkaar en dit jaar is er een verschil van 2 km, met Jan Garssen aan kop. Heeft Jan met een kalere band gereden of heeft Jan Gielen een nieuw rubber laten monteren?
Trouwens, wat legt een verschil in diameter van 2 mm op 200 km voor een gewicht in de schaal? Laten we eens kijken. We nemen een band van 18 inch doorsnee en dat komt overeen met 45,72 cm doorsnee. Deze doorsnee wordt dan vermenigvuldigd met pi en dat geeft 143,63 cm afstand bij één omwenteling. 200 km komt overeen met 200.000.000 mm en daarvoor zijn dan (200.000.000 mm : 1436,3mm) 139246,67 omwentelingen nodig. Een band met een loopvlakslijtage van 1 mm heeft een 2 mm kleinere doorsnee dan een standaard en dat komt dan bij een 18 inch met 1 mm slijtage neer op 45,52 cm. Vermenigvuldigd met pi geeft dit een omtrek van 143 cm. Een verschil van 0,63 cm per omwenteling. Het aantal omwentelingen wordt dan bij 200 km (200.000.000 mm : 1430 mm) 139860,14. Het verschil in omwentelingen bedraagt 614 en dat is een afstand (614 x 143 cm) van 878 meter. De kleinere band telt dus in theorie 878 m meer op 200 km.
Dit jaar waren de tellers van de KTM’s van Cas en Mat het over de afgelegde afstand volledig met elkaar eens; 205 km en Arno nam het KTM-tweetal met zijn 202 km mee naar een gedeelde eerste plaats. Mooi werk!
Hoe is de equipe van Geert, Gert en Theo er in geslaagd 276 km bij elkaar te rijden? Theo zelfs 287 km. Toch de Nürburgring bezocht of de mooiste trajecten een extra keer gereden? Zouden zij verkeerd te werk zijn gegaan? Een raadsel! De grote afstand zal Gert deugd hebben gedaan met haar onlangs door Geert geschonken helemaal bij haar passende Honda Transalp. Zij rijdt als dame voor de derde keer mee, maar door Suzukipech is haar de eerste ster voor het volledig rijden van een tocht voor dames ontglipt; twee sterren dus nu. Voor Geert moeten de vele kilometers echter een kwelling zijn geweest, want lange tochten bezorgen hem op zijn Yamaha FJ pijnlijke polsen en daarom is hij momenteel geïnteresseerd in de BMW R1100RT van broer Jan. (Deze Jan meldde onlangs dat Geert een week geleden is vertrokken voor een proefrit en nog steeds niet terug is. Wil de pijn in de polsen maar niet optreden? Bij de volgende toertocht horen/zien we wel hoe de proefrit is afgelopen.)
Dezelfde Jan van de drie J’s – Jan/Jacqueline Kleuskens en Jan Stax – meldde dat de equipe tijdens de tocht, rijdend over de zoveelste onverharde weg, werd geblokkeerd door een zich tergend rustig voortbewegende kudde in roodbont. Wetend dat er twijfel bestond over het legaal berijden van de weg, wachtten zij in gespeelde volledige rust de passage van de bonte rij af. Hun eigenlijke ongeduld werd nog extra op de proef gesteld door de onverwacht grote nieuwsgierigheid van de beesten voor het flitsende materieel. De koeien liepen niet meer door maar waren nog slechts geïnteresseerd in de beide BMW’s en de bemanning. De natte koeiensnuiten kwamen akelig dichtbij. Wat men zoal niet meemaakt tijdens een HMBC-toertocht! Na de processie kon de kortste weg – na een vriendelijke smile naar de oppasser – weer gevolgd worden. Zij zouden op een gedeelde tiende plaats eindigen.
Het Suzuki-team van Henk Ummenthun en Bas Kleuskens reed een snelle tocht met slechts twee onverharde tussendoortjes en hunne tellers waren het niet volledig met elkaar eens; Henk 203 km en voor Bas 208 km. Het gemiddelde was goed voor een fraaie 3e plaats. Zij bereikten als eerste deelnemers het eindpunt en konden vanaf 16.15 uur testen wat de door Jac Houwen getunede tapinstallatie te bieden had. De laatst arriverende deelnemers zouden pas 5 uur later van spijs en drank kunnen genieten.
De eerst aangekomen toerrijders zitten op de achtergrond bij Els aan tafel: Henk en Bas.
Vergezeld door zijn Truus toerde Jac Houwen via de bemande post met de camper naar het eindpunt om aldaar belangrijk voorwerk te verrichten: 50 liter vat verbinden met de tapinstallatie met aansluitend het finetunen en keuren van de sapstroom.
Ook Jeanne Kortooms was samen met Karin Alberts, eveneens in een camper, naar het eindpunt getoerd. Twee campers op het terrein tussen de motoren en de auto’s dus.
Binnen de twee damesequipes moesten Marli en Ans de eer laten aan de verrassend presterende Lotte en Suzan, die met 207 km slechts drie kilometer op hun vriendjes achterbleven. Een prachtige vierde plaats voor hen.
Ontbijten in de zon op zondagmorgen en…
… de barbecue op zondagavond .
De resultaten van het speurwerk van de diverse equipes:
| 1 | Cas en Mat Houwen/Arno Cleven Henk en Kelvin Aldenhoven |
204 km |
| 3 | Bas Kleuskens/Henk Ummenthun | 205,5 km |
| 4 | Lotte en Suzan | 207 km |
| 5 | Frank en Jacqueline Buijssen Pieter van Daal en Anneberth |
217 km |
| 7 | John Alberts en Chrit Kortooms | 217,5 km |
| 8 | Peter van Eijk en Henk Kortooms Jan Gielen en Jan Garssen |
218 km |
| 10 | Jan/Jacqueline Kleuskens en Jan Stax John/Silvie Minten en Ger/Jolanda Versteegen |
219 km |
| 12 | Hans en Nell Versleijen | 230 km |
| 13 | Marlie van Eijk en Ans Kortooms | 254 km |
| 14 | Geert/Gert Kleuskens en Theo Kleuskens | 276 km |
| 15 | Wiel Thijssen en Adriana | teller ziek! |
Mooie tocht met voor elk wat wils, prettig weer, een prima onderkomen, een goede organisatie en een prettige sfeer. Wat wil men nog meer?
Organisatie bedankt.
“Wie Agterligt” komt moeilijk op kop!









Recente reacties